DJB Signaleert: Polynation

Afgelopen weekend stonden ze op Best Kept Secret (BKS), een jaar nadat ze elkaar ontmoetten. Hessel Stuut en Stijn Hosman hebben twee verschillende achtergronden, maar vonden elkaar in hun liefde voor synthesizers en in hun gedeelde ambitie om elektronische live muziek levendiger en gevoeliger te maken. ‘Het zien gebeuren geeft een connectie.’

Wie, wat, waar?
Twee Haarlemse Amsterdammers, die elementen uit elektronica, indie en wereldmuziek combineren met techno. Hun eerste track Dew kwam in februari uit op Atomnation.

Waarom interessant?
Met een bandbenadering van elektronische muziek legt Polynation de focus op live spelen, waarin ze op zoek zijn naar meer spontane interactie en improvisatie. Dat doen ze door synthesizers en samples met live drums te combineren.

Klinkt als?
Een melodieuze combinatie van elektronisch en akoestisch, met een vintage randje.

Afgelopen weekend stonden jullie op BKS. Dit was jullie eerste festivaloptreden, toch?
Hessel:
Ja, de eerste keer op het grote podium. Dat was heel tof.
Stijn: We waren van tevoren benieuwd hoe onze muziek zou werken op een groter podium. Op een festival weet je niet waar mensen vandaan komen, wat ze net hebben gezien en in wat voor stemming ze zijn. We hebben meer in kleinere settings gespeeld, dus waren ook benieuwd naar het geluid. Ik denk dat het heel goed heeft uitgepakt.
Hessel: We begonnen met een klein groepje voor het podium, maar snel stroomde de hele tent vol.
Stijn: Ik keek niet veel het publiek in en toen ik dat wel deed, stond het vol. Misschien was het maar goed dat ik dat niet had gezien.

Anders werd je zenuwachtig?
Stijn:
We waren allebei eigenlijk niet zenuwachtig, gek genoeg.
Hessel: Ik ging juist wel lekker toen ik het publiek in keek.
Stijn: Hij heeft gewoon minder te doen dan ik.
Hessel: Haha, nee, ik doe eigenlijk helemaal niks.

Hoe is jullie rolverdeling?
Hessel:
Live ben ik vooral aan het drummen en soms raak ik een synthesizer aan.
Stijn: Ik doe meer synths, toetsen, effecten en overgangen in Ableton. Dat is veel meer werk, maar daarom krijgt hij ook minder betaald, haha.

En met produceren?
Stijn:
Dan wisselen onze rollen af en is die verdeling niet zo strikt. We komen ook allebei met ideeën.
Hessel: Het is organisch: we beginnen vanuit een idee of vanuit niets en gaan met twee laptops en synths spelen. We jammen geregeld met een drumstel in de studio, waarmee we gelijk kunnen kijken of het werkt.

Botsen jullie ideeën nooit?
Hessel:
We zijn best kritisch en als we allebei ergens voor staan, durven we daarover in discussie te gaan.
Stijn: Maar we vatten het niet persoonlijk op: het gaat om de muziek.

”We willen het zo rauw mogelijk houden, zo dicht mogelijk bij het oorspronkelijke gevoel”

Waarover gaan die discussies?
Hessel:
Kleine momentjes in de muziek: wel of geen breaks, melodieën.
Stijn: Dat het niet te vol wordt of de essentie verliest. Dat is het lastige: we willen het zo rauw mogelijk houden, zo dicht mogelijk bij het oorspronkelijke gevoel. We beginnen vaak jammend. Als je dat gaat uitwerken, wordt het een andere mindset.
Hessel: Vaak is het wel een live idee, dat heel duidelijk aanvoelt, maar als je er dan een track van moet maken…
Stijn: Dan wordt het soms minder vloeiend. Zeker die laatste tien procent.

Jullie kennen elkaar via de rock- (Stijn) en kunstacademie (Hessel).
Stijn:
We kennen elkaar eigenlijk via Hessel zijn broertje, Olaf Stuut. Hem ken ik sinds de middelbare school en wij gingen allebei naar de rockacademie.

Daar zitten niet veel mensen die elektronische muziek maken, lijkt mij.
Stijn:
Jawel hoor, er is wel een richting muziekproductie.
Hessel: Het is een opleiding waarin de focus ligt op live met elektronica in clubs en poppodia. In Nederland wordt steeds aandacht besteed aan (pop)elektronica: er zijn meerdere conservatoria die opleidingen bieden met richtingen binnen de elektronische muziek.

Als er meer muzikanten in jullie omgeving daarmee bezig zijn, waarom hebben jullie dan voor elkaar gekozen om Polynation te vormen?
Hessel:
Ik maakte veel video’s, heb altijd gedrumd en was een huiskamerproducer, maar wilde meer met mijn muziek, zoals een nieuw live project. Toen zei Olaf dat ik Stijn moest bellen. Ik vroeg hem of hij zin had om een project te beginnen met synths, samples en drums en Stijn zei direct: ‘Oké.’ Zo is het letterlijk gegaan, een jaar geleden ongeveer. Tijdens Stijns afstuderen hebben we voor het eerst opgetreden en gaandeweg hebben we aan de tracks gewerkt, uitgeprobeerd wat we live wilden en daarvoor een vorm gezocht.
Stijn: Die vorm vinden heeft een tijdje geduurd. Het idee was dat het live moest zijn en totaal niet dat we zouden gaan produceren. Onze liveset was tot twee optredens terug een set met alle samples los in één project, met bewerking op de sporen. We konden het ook alleen live doen: alle ideeën zijn op die manier ontstaan. Het was zoeken naar hoe alle apparaten goed met elkaar werkten.

Wat is het belangrijkste dat jullie van de academies hebben meegenomen?
Stijn:
De groep mensen om mij heen. Ik was met hen bevriend, maar ze maakten ook allemaal muziek. We lieten elkaar constant dingen horen en verbreedden elkaars muzieksmaak. Ik woonde in een huis met drie producers en studio’s en iedereen was daar altijd aan het werk, dus zo zit je constant middenin de muziek.
Hessel: Op de kunstacademie heb ik op een creatieve manier leren denken. Als kunstenaar ben je ondernemer: ik heb autonome kunst gestudeerd, binnen die studie moet je alles helemaal zelf doen. We werden uitgedaagd om vanuit niets eigen werk te maken en dat uit te diepen, dat heeft me inzicht gegeven in wat er allemaal mogelijk is. En het is handig dat ik ons artwork zelf kan maken, foto’s en video’s kan bewerken. Dat kan in de toekomst zorgen voor optredens met visuals en mooie promotie. Mijn allergrootste droom was ooit om één grote kruisbestuiving te maken van verschillende disciplines: één groot, fantastisch spektakel op het podium. Polynation maakt onderdeel uit van het verwezenlijken van die droom.

Zonder die opleiding was het dus allemaal wel gelukt, maar minder snel gegaan?
Hessel: 
Of misschien was het juist sneller gegaan, maar dat kun je achteraf moeilijk zeggen.
Stijn:
De combinatie is goed. Ik heb veel geleerd over productie, waardoor ik soms een andere insteek heb. Hessel is gewend veel live te spelen en dat haalt mij soms uit de zogenaamde architectenmodus, waar muziekproducers weleens last van hebben.

Waar lopen jullie tegenaan?
Hessel:
Vooral de vraag wat je wel of niet live doet. Je kunt het jezelf ongelooflijk moeilijk maken, maar ook net te makkelijk. We willen live ruimte voor improvisatie hebben, zodat we de boel kunnen rekken of een rare overgang kunnen maken. Dan wordt het niet steeds op dezelfde manier afgespeeld. Dat is een gigantische zoektocht, want we werken constant met computers en zo’n apparaat heeft zo belachelijk veel mogelijkheden. Eigenlijk moet je dat beest temmen: de dingen er uitpakken die interessant zijn.
Stijn: Het is bij iedere track weer een opgave om uit te vinden wat onze rol daarin is, want je verliest soms het gevoel van het jammen. Het gaat steeds heen en weer: van live naar productie naar live. Dat is het meest complexe, waarover je steeds je hersens moet breken. We willen altijd de spanning hebben dat het mis kan gaan. Tegelijkertijd moet er ook een studioversie komen van de track. Het is goed om daar op een gegeven moment een punt achter te zetten, dat geeft ons de ruimte om aan nieuw materiaal te werken en op een andere manier na te denken over de live versie.
Hessel: Daarnaast heeft alles wat we doen zoveel parameters: de structuur van het nummer kan in de studio anders overkomen dan live; drums moeten voor een EP worden opgenomen en gemixt; alle apparaten moeten goed samenwerken. Het is een gigantische machine die steeds in werking moet worden gezet. Dat is een uitdaging; als het eenmaal staat is het fantastisch, maar de weg ernaartoe is soms complex.
Stijn: Dat is part of the deal: het grote gevecht met de machines om ze daarna te omarmen.

Hoe zouden jullie jullie eigen sound omschrijven?
Stijn:
Als een combinatie van elektronische en akoestische sounds, met organische geluiden. En melodieus – we zijn niet alleen van de grooves – met een knipoog naar retro.
Hessel: We hebben een voorliefde voor synthesizers. Het is heel inspirerend om aan knopjes te draaien en toetsen in te drukken en te kijken wat er dan gebeurt.
Stijn: Alles ontstaat vanuit een bepaald gevoel. Als producer kun je dat uitvlakken als je het teveel polijst.
Hessel: Het is op een bepaalde manier charmant om te zien dat muziek menselijk en niet perfect is. Dat stukje missen we bij veel optredens die we tegenwoordig zien. Onze bandbenadering komt deels voort uit teleurstelling bij grote artiesten: als ik een plaat die ik grijs heb gedraaid exact hetzelfde live hoor, zonder dat er iets wordt gespeeld, vind ik dat een gemiste kans. Daarom inspireert een optreden als dat van Bonobo me heel erg.
Stijn: Dat merk je ook in het publiek. Ik vind het leuk als mensen stilstaan en bekijken wat er allemaal gebeurt. Je hebt zo op een andere manier aandacht. Bij ons ziet zelfs iemand die weinig van live elektronica of techno weet, dat we niet aan het draaien zijn maar muziek maken.

Toch meer de zaal in kijken dus.
Stijn:
Podiumperformance komt steeds meer om de hoek kijken, inderdaad…

“De tonen van de synths en de bassen die we nu hebben zijn alweer bijna nostalgisch”

Bonobo, Nicolaas Jaar en Caribou zijn jullie inspiratiebronnen?
Hessel: Nils Frahm vinden we ook te gek.
Stijn: En iedere artiest die dat spanningsveld opzoekt. Minilogue improviseert bijvoorbeeld ook. Het zien gebeuren geeft een connectie, maar dat geldt voor alle genres.

Waarom hebben jullie gekozen voor elektronisch?
Stijn:
Dat vinden we zelf ook een interessante vraag. Door de cross over van akoestisch en elektronisch versterken de geluiden en genres elkaar.
Hessel: De muziek past ook bij de locaties waar we willen optreden. Dat heeft te maken met onze generatie, wij zijn opgegroeid met elektronische muziek in clubs. Gek genoeg voelen de synths en de bassen die we nu gebruiken alweer bijna nostalgisch.

Op welke festivals of in welke clubs zouden jullie willen staan?
Hessel:
Into the Great Wide Open, vanwege de sfeer en de diversiteit van het publiek. 
Stijn:
Ik denk dat we ook goed in intieme settings passen.
Hessel: Wat we bij Vrije Geluiden deden was rustiger. We willen ook zo’n set gaan maken, die meer geënt is op zitten en luisteren tijdens een concert of in een koffietent overdag.

Waarom hebben jullie gekozen voor het label Atomnation?
Stijn:
In alles wat zij uitbrengen zit die cross over van elektronisch, indie, pop en techno.
Hessel: Ze hebben een unieke, bijzondere stijl. Ze zoeken een andere hoek op van elektronica dan de meeste labels doen. Soms is het meer luistermuziek of gevoelig, maar er zit ook clubmuziek tussen. En het zijn allemaal super aardige lui.

Wat doen jullie naast muziek maken?
Stijn:
Het meeste is muziekgerelateerd, maar in andere vormen. Ik doe freelance werk voor geluid en muziek bij beeld, geef les in muziekproductie en werk achter de bar in het Bimhuis, waar ik veel inspiratie opdoe. Daar is veel jazz en wereldmuziek, wat steeds meer in elektronische muziek trekt en andersom.
Hessel: Ik ben freelance artdirector en animator voor grote, commerciële shows. Onlangs maakte ik bijvoorbeeld visuals voor een musical van Joop van den Ende. Het lijkt op muziek maken: je vertelt ook een verhaal, het is podiumgerelateerd en er zit geluid onder. En af en toe maak ik platenhoezen voor collega-producers.


Hessel maakte samen met Rik Dijkhoff deze video van hen op BKS, met een preview van hun nieuwe track 
Anther, die op 27 juli uitkomt op het compilatiealbum SOMEWHERE van SoHaSo.

In november komt de debuut EP van Polynation uit bij Atomnation. Op 5 september staat het duo op Making Waves Festival van Woodstock Bloemendaal.