Artistieke vrijheid bij werken in opdracht

Hielden we ons op de kunstacademie te nauwkeurig en braaf aan de opdrachten, dan kregen we daar punten aftrek voor. ‘Je bent een te goede student om kunstenaar te zijn,’ zeiden docenten dan, die zelf ook kunstenaars waren. Op de academie werden we getraind zo excentriek, authentiek en eigenwijs mogelijk te zijn. Eenmaal afgestudeerd en werkzaam als creatieve zzp’er of in dienst van een bedrijf komen opdrachten niet altijd meer van andere kunstenaars, maar veel vaker van communicatiemedewerkers, content managers of particulieren, die minder artistieke belangen hebben en soms wel een andere taal lijken te spreken. Hoe verloopt de samenwerking tussen kunstenaar en opdrachtgever? En hoeveel artistieke vrijheid blijft er over bij werken in opdracht?

Twee werelden
Grafisch ontwerpster Ravenna Buijs herkent de spagaat tussen opdrachtgever en kunstenaar. Geregeld bevindt ze zich te midden van twee werelden die zij allebei moet zien te begrijpen. ‘Als grafisch ontwerper moet ik mijn idee zo presenteren dat het aanslaat. Belangrijk is dus het ‘verleiden’ van de klant. Een voorstel  staat of valt met het strategisch presenteren. Je moet het proberen te verpakken in de taal van de opdrachtgever.’

Goede communicatie is extra belangrijk als het voorstel erg afwijkt van het beeld dat de klant in eerste instantie voor ogen had.  Ontwerpers krijgen hun opdrachten vaak in de vorm van een probleem dat moet worden opgelost. ‘Bijvoorbeeld een gebrek aan herkenbaarheid van het merk,’ legt Ravenna uit. ‘Of het inzichtelijker maken van informatie. Aan ons de taak het probleem goed te analyseren. Dan kan het zomaar gebeuren dat de oplossing heel anders wordt dan de opdrachtgever verwachtte.’

Artistiek of commercieel?
Hoe er op zo’n voorstel wordt gereageerd, is natuurlijk afhankelijk van wie de opdrachtgever of klant is, maar zo’n reactie is lang niet altijd voorspelbaar. ‘Ik dacht dat het makkelijker zou zijn om te werken voor meer artistieke opdrachtgevers, maar dat is niet altijd het geval,’ vertelt Ravenna. Zo was haar samenwerking met een museum een moeizaam proces. ‘Kunstenaars en culturele instellingen hebben soms zelf al een duidelijk idee waardoor ze minder openstaan voor de ontwerper. Ze zien de ontwerper als de uitvoerder van hun idee. Terwijl een ontwerper juist verfrissende alternatieven kan bieden en waarschijnlijk een beter communicatief inzicht heeft.’

creco blog 3 - 2.jpeg

Eén keer is het voorgekomen dat ze de samenwerking moest stopzetten. ‘Dat was met een conservatoriumstudent. Na allerlei ontwerpvoorstellen van mijn kant kwam hij ineens aanzetten met een clichévoorbeeld, die hij zelf gemaakt had in Paint.’ Gelukkig zijn lang niet alle kunstenaars zo vasthoudend, benadrukt Ravenna. ‘Ik heb ook gewerkt voor kunstenaars die zich bewust waren van de verschillen binnen onze disciplines en die die verschillen juist wilden inzetten om elkaars werk en kwaliteiten te versterken.’

Het lijkt misschien onwaarschijnlijk, maar waar klanten met een artistieke achtergrond geneigd zijn zich te veel te bemoeien met het plan, geven de meer commerciële opdrachtgevers juist nog weleens te veel vrijheid. Dat ervoer Ravenna bij een opdracht voor de gemeente Zwolle. ‘Mijn collega en ik kregen alle ruimte. Meer kaders hadden ons kunnen helpen om sneller stappen te kunnen zetten en niet oneindig te blijven zwemmen in mogelijkheden.’ Al is met vrijheid omgaan ook iets wat een kunstenaar door tijd en ervaringen moet leren, vindt Ravenna. ‘Daarop blijf ik trainen. Sneller stappen zetten en niet verzuipen in de opties.’

Controle vasthouden/loslaten
Ondanks of juist dankzíj de concessies en zoektochten staat Ravenna achter alle werken die ze in opdracht maakte. ‘In het begin vond ik het nemen van vrijheid moeilijk, liet ik elk schetsje zien en wilde ik zo dienstbaar mogelijk zijn,’ geeft ze toe. ‘Sinds een jaar of twee heb ik geleerd alleen hetgeen te laten zien dat ik zelf het beste vind. Mijn naam komt er immers onder. Ik probeer op een strategische, subtiele manier de opdrachtgever mee te nemen in mijn gedachtegang. Niet omdat ik zo graag mijn eigen zin wil, maar om te laten zien wat het beste voor hen is.’ En wordt haar dan alsnog gevraagd iets te maken waar ze niet helemaal achter staat, dan stelt ze een alternatief voor.

Om zo vrij mogelijk te kunnen zijn, is zelfcontrole vereist, zo leerde ik van mijn scriptie over artistieke vrijheid. Want te veel vrijheid bleek, hoe paradoxaal ook, blokkerend en benauwend. Dat herkent Ravenna. ‘Ik kan me in projecten vastzuigen. Dan ben ik er 24/7 mee bezig. Zelfs in de trein zit ik te schetsen. Elke inspirerende zin en ieder prikkelend beeld gaat een relatie met het project aan. Heerlijk vind ik dat. Maar ook spannend: kan ik de vrijheid wel onder controle houden?’

Het balans tussen controle en vrijheid blijft waarschijnlijk een knelpunt in het werken als creatief ondernemer. Vrijheid is in zekere mate noodzakelijk. Iedere opdracht vereist een sprong in het diepe, om zo origineel mogelijk te kunnen zijn. En het is aan de opdrachtgever en de kunstenaar sámen om te zorgen dat de kunstenaar niet verzuipt en tegelijkertijd genoeg beweegruimte krijgt. Om dat te bewerkstelligen zijn inlevingsvermogen en communicatieve vaardigheden voor de creatieve ondernemer geen overbodige luxe. Of misschien zelfs net zo noodzakelijk als creativiteit.

Dit blog schreef ik voor Creative Contracts.
Beeld: Jean Jullien & Judy Kaufmann