De (her)ontdekkingen van St. Germain

Voor DJBroadcast interviewde ik St. Germain. 

Zijn vorige album kwam uit toen het eerste DJBroadcast Magazine nog gedrukt moest worden. Wereldwijd kochten 2,8 miljoen jazz-, lounge- en (deep) houseliefhebbers het. Daarna bleef het opvallend rustig rond de Fransman. We hebben het natuurlijk over St. Germain. Onder die naam bracht Ludovic Navarre onlangs zijn derde album Real Blues uit, waarop hij de combinatie van muziekstijlen verder doorvoert en genres uit verschillende continenten samenvoegt. In juni was de pionier – of zeg maar gerust legende – in Amsterdam voor een select aantal interviews.

En dat was uniek, want Navarre is, ondanks zijn bekendheid als St. Germain, een mysterie. Hij heeft amper interviews gegeven, vertelt zijn vrouwelijke manager me, zittend op een kingsize hotelbed aan de rand van het Vondelpark. Op dat bed liggen drie zonnebrillen en pakjes sigaretten en door de opengeslagen ramen kun je de bomen bijna aanraken. Het is moeilijk voor te stellen dat het immer roerige Leidseplein om de hoek ligt. Het hotelinterieur past –toeval- bij de sfeer van het album. De lobby is gedecoreerd met ingelijste schildpadden- en olifantenhuiden, zwartgeverfd hout en een dynamisch, abstract zwart-wit schilderij dat aan jagerssperen doet denken. Amsterdam heeft hier iets Afrikaans, en laat dat continent nou net de inspiratiebron van Navarres derde album zijn. Daar hadden we St. Germain inderdaad niet verwacht, na de twee jazzy housealbums van respectievelijk vijftien en twintig jaar geleden.

Zijn onverwachte invloeden kwamen in het bijzonder uit Mali. Navarre verdiepte zich in de muziek uit het onderdrukte Afrikaanse land en riep, na in het verleden samengewerkt te hebben met artiesten als Laurent Garnier en Didier Delesalle, hulp in van Malinese zangers en instrumenten, die hij combineerde met elektrische piano’s, gitaren, saxofoons en blues samples. De twaalf nieuwe nummers roepen dan ook nieuwsgierigheid op. Wat bezielde de Fransman om het zo drastisch over een andere boeg te gooien? En wat deed het succes van Tourist met hem? Is het uitheemse karakter van Real Blues een voortvloeisel uit dat succes?

Na een korte rookpauze neemt de 42-jarige, een tikkeltje slordig ogende Fransman plaats in de grote fauteuil. Hij draagt een effen zwart T-shirt en gympen met knalrode print. In zijn donkere, wijde spijkerbroek zit een scheur ter hoogte van zijn knie.

Navarre zou geen echte Fransman zijn als hij vloeiend Engels zou spreken. En hoe mooi ik zijn taal ook vind, met mijn toeristen-Frans had dit artikel een stuk minder volledig geweest. Ik vraag Navarre, met hulp Suzan van der Rijt, hoe hij het vindt om via een tolk te praten. “Très bien,” antwoordt hij. “Ze is erg goed,” vertaalt Van der Rijt lachend.

Vijftien jaar
Rust was het eerste woord dat bij het beluisteren van zijn nieuwe album in mijn hoofd opdoemde, vervolgens natuur, vrede, intimiteit. Die elementen waren minder aanwezig op Tourist en Boulevard. Ik kan me daardoor goed voorstellen dat het geluid van Real Blues de afgelopen vijftien jaar van Navarres leven weerspiegelt. En dat beaamt hij. “Het is inderdaad een contrast na alles wat me rond het succes van Tourist is gebeurd: ik wilde vrede en rust vinden.” Niet dat hij de achtbaan waarin hij dankzij Tourist belandde als negatief of gewelddadig ervoer, veeleisend was het wel. “Ik had het heel erg nodig dat mijn leven tot rust kwam, dat het lichter werd.”

“Ik kan me wel vinden in dat coffeeshopgehalte”

Op de vraag hoe hij dan nu tegen media-aandacht aankijkt, antwoordt hij: “Ik lees geen kranten en volg het nieuws niet, daar houd ik me niet mee bezig.” Hij denkt even na, zegt dan: “Zo ben ik altijd al geweest, eigenlijk.” Dat verklaart wellicht het geringe aantal interviews dat hij in het verleden heeft gegeven. En nog steeds geeft. Inmiddels heeft hij zich erbij neergelegd. “Het hoort er nu eenmaal bij. Als er na dit interview nog dertien kwamen, zou het anders zijn, maar een gesprek als dit is heel fijn en ontspannen.”

Coffeeshopgehalte
Andere bijvoeglijk naamwoorden die je tegenkomt in artikelen over het werk van St. Germain zijn: hypnotiserend, kleurrijk, intelligent, sensueel. Hoe hij zijn muziek zelf zou omschrijven? “Precies zoals je zegt. Ik kan me wel vinden in dat hypnotiserende, dat coffeeshopgehalte. Het kleurrijke en sensuele is de typische St. Germain-stijl, maar iedereen herkent daar andere dingen in. Je zou er ook geen sticker op moeten plakken: dat is niet het doel van mijn muziek.”

Real Blues vindt hij moeilijk. Hij gaat ook niet op zoek naar woorden die daarvoor geschikt zouden zijn. “Het was geen vaststaand plan: ik had wel een idee over de elementen waarmee ik wilde gaan werken, zoals de Afrikaanse instrumenten en zangers. Door een lang proces van mixen kom ik tot mijn eindresultaat. Maar ik weet van tevoren niet hoe dat er precies uit gaat zien.”

House met Afrikaanse ingrediënten
Voor Real Blues werkte Narvarre samen met Afrikaanse muzikanten en gebruikte hij voor hem nieuwe muziekinstrumenten, zoals de Malinese kora, balafon en n’goni. “De participerende muzikanten zorgen voor het resultaat, zij zijn mijn ingrediënten,” vertelt hij over die ervaring in combinatie met elektronische muziek. “Ik heb de zangers en muzikanten naar mijn studio in Frankrijk laten komen en hen daar gedurende vier à vijf minuten opgenomen. Dat doe ik ongeveer vijf keer achter elkaar en daarvan maak ik een mix.” Een aantal muzikanten had nooit eerder elektronische muziek gemaakt. “Die moet je extra uitleg geven, maar dat geldt voor iedere artiest; dat heeft niets met achtergrond te maken.”

Afgezien van die nieuwe muzikanten en instrumenten is de pionier niet op een andere of meer experimentele manier te werk gegaan dan bij de twee albums die hem zijn roem opleverden. “Dat ik voor andere muziekinstrumenten heb gekozen was logisch,” vertelt hij, “omdat dat aansloot bij het hele idee om Malinese muziek te gebruiken, maar de manier van werken was ook met die instrumenten hetzelfde. Alleen de stijl van het album is anders: eerst was het house, nu zijn daar Afrikaanse invloeden bijgekomen.”

“Google is mijn beste vriend”

Bakermat van de blues
Wat research naar Mali geeft een mogelijk antwoord op de ietwat opmerkelijke keuze van Navarre voor dat land: Mali wordt ook wel de bakermat van de blues genoemd. “Ik heb altijd veel naar blues geluisterd en ervan gehouden. Volgens mij ligt de bakermat inderdaad in het noorden van Mali, maar dat weet ik niet zeker.” Ik vraag hoe hij dan wel in contact kwam met de uitheemse muziek. “Oh, dat heb ik gewoon op internet geluisterd. Online ontdekte ik Tinariwen, een muziekgroep die geïnspireerd is op blues maar een net iets ander soort bluesgeluid heeft, met westerse rock- en popinvloeden.” Dat vond hij zo inspirerend dat dat het idee voor zijn album werd. “Ik wilde de blues van Afrika verenigen met de blues van Amerika.”

Het verschil tussen die twee soorten blues zit ‘m vooral in de instrumenten, legt Navarre uit. Hij neemt een slok van zijn zwarte koffie. “In Amerika worden voornamelijk elektronische piano’s en gitaren gebruikt, in Afrika veel andere, akoestische instrumenten. Er zijn bijvoorbeeld veel variaties op de gitaar. Daardoor hebben de blues uit Afrika een andere klank dan de westerse.”

In mijn zoektocht kom ik erachter dat in Malinese muziek meestal vrouwen zingen, mannen doen dat alleen bij speciale gelegenheden. Toch zijn veel vocals op Real Blues afkomstig van de Amerikaanse blueszanger Lightnin’ Hopkins. “Dat is een heel speciale stem met een apart, karakteristiek geluid,” vindt Navarre. “Op één nummer van het album zingen wel veel vrouwen, hoor. In Mali is er de zogenaamde donso, een groep jagers en medicijnmannen die veel rituelen hebben en daarbij zingen. Dat zijn altijd mannen. De zang van die medicijnmannen tijdens hun rituelen raakte mij. Eén mannelijke stem op Real Blues is van een echte leerling-medicijnman,” vertelt hij trots. Ik kan het antwoord al voorspellen, maar ben toch nieuwsgierig hoe hij erbij terecht is gekomen. Hij lacht, verontschuldigend, misschien omdat hij geen spannender antwoord heeft. “Google is mijn beste vriend.” Of hij überhaupt weleens in Afrika is geweest? “Ik wilde wel gaan, maar toen was de onrust net uitgebroken (sinds 2012 wordt Mali onderdrukt door moslimextremisten, red.), dus dat kon niet meer.”

Teksten
De teksten op Real Blues lijken betrekking te hebben op de maatschappelijke problemen in Mali en op grootse onderwerpen als onmacht, vrede en feminisme. De eerste zin op het album luidt “Sitting here I am asking me why people more powerful than me destroy the world for profit” en de tekst van het nummer ‘Voilà’:

Voices of women are sweet
when they cradle children
Voices of women are honey
when they talk about love
Voices are strong women
when they defend their rights
Listen to the voices of women
they sing peace and equality

“Die thema’s hebben betrekking op Afrika in het algemeen, maar ook op de hele wereld,” bevestigt Navarre. “Ik voel me niet meer betrokken bij de onderdrukking van Mali dan anderen.” Na het wegebben van de heisa had hij meer tijd en ruimte om na te denken, maar hij zegt ook met andere maatschappelijke kwesties niet meer bezig te zijn dan iemand die “gewoon het nieuws volgt”.

Titels van nummers als ‘Family Tree’, ‘How Dare You’ en ‘Forget Me Not’ geven de indruk dat het album ook of grotendeels over het persoonlijke leven van Navarre gaat. Als ik hem vraag in hoeverre dat klopt, blijft hij even stil, en antwoordt dan met een gereserveerd en tegelijkertijd verbaasd en nieuwsgierig gezicht dat dat misschien wel klopt. “Waarom?” vraagt hij. Ik leg uit dat ik dankzij de titels en het geluid verwachtte dat een aantal nummers over intiemere, emotionele onderwerpen als familie en relaties zouden gaan. Weer denkt hij een tijdje na, hij lijkt het een ongemakkelijke en tegelijkertijd interessante vraag te vinden, alsof hij die zichzelf nog nooit gesteld had. “Misschien is dat onbewust of indirect wel het geval, ja…”

“Ik hoop eigenlijk helemaal nergens op”

3D-gezicht
Over het artwork van Real Blues vertelt hij met meer enthousiasme. Dat is gemaakt door street art kunstenaar Gregos, bekend van duizenden 3D-gezichten op muren in Parijs. De sculpturen zijn zelfportretten waarin de kunstenaar zijn gevoel en levenservaringen uit. Het zijn nogal autobiografische en emotionele werken. “Dat is bij het masker op de albumcover niet het geval,” zegt Navarre. “Daar zit niet zoveel expressie in, het is gewoon een klein lachje en geen zelfportret. Het moest ook representatief zijn.” Weer ontwijkt Navarre het praten over zichzelf, door over de maker van zijn artwork verder te gaan. “Op Gregos’ eerste masker stak hij zijn tong uit: hij haatte het om op de foto te gaan omdat mensen dan altijd tegen hem zeiden dat hij moest lachen. Toen ging hij op iedere foto zijn tong uitsteken en daaruit ontstond het idee om maskers te maken. Dat is het verhaal achter de maskers van Gregos.”

Gregos (l) en Navarre (r)
Gregos (l) en Navarre (r)

Maar het masker dat Gregos voor het album ontwierp heeft wel degelijk een eigen verhaal. Op de vraag hoe het lachje zich verhoudt tot zijn gevoel en muziek, antwoordt Navarre dat hij innerlijke rust heeft gevonden, dat hij in evenwicht is. “Het masker staat voor de vrede die ik met mijzelf heb.”

De nieuwe St. Germain
En zo komen we weer uit op het thema rust. “Je kunt wel zeggen dat het door die periode komt dat ik zelf ook rustiger ben geworden. Maar die rust ontstond ook doordat ik nu verder ontwikkeld ben. Ik heb mezelf opnieuw uitgevonden en kan mezelf weer uitdrukken, op een andere, nieuwe manier. Met een ander geluid dus.”

Ook over de reacties op Real Blues kan hij zich niet druk maken. “Ik hoop eigenlijk helemaal nergens op, daarover denk ik niet na bij het maken van het album, en nu nog steeds niet. Stel dat het weer zo’n succes wordt als Tourist, dan ga ik na de tour misschien wel fietsen door Nederland,” lacht hij. Dan serieuzer: “Daar heb ik dan alle tijd voor. Maar ik wil eigenlijk nog niet vooruit kijken: ik ben nu vooral met de concerten bezig, ik ben helemaal niet van het plannen.”

“Het samenbrengen van de Afrikaanse en Amerikaanse wereld is ontzettend moeilijk. Daarom heb ik er ook zo lang over gedaan”

Wellicht komt zijn serene uitstraling wel door die instelling, suggereer ik, maar dat ontkent hij. “De rust die ik nu in mijzelf gevonden heb, komt doordat het mij gelukt is om dit album te maken. En om alle aparte muziekwerelden te respecten: elektronisch, Afrikaans, Amerikaans. Het samenbrengen van de Afrikaanse en Amerikaanse wereld is ontzettend moeilijk. Daarom heb ik ook zo lang over dit album gedaan.”

Of hij dan echt niet stiekem veel op vakantie is geweest in de tussentijd? “Nee, ik wilde dat project afmaken. Dat wat ik in mijn hoofd had, wilde ik afmaken.” Begrijpelijk, als je weet dat hij het idee om Afrikaanse en Amerikaanse muziek te combineren al een jaar of zeven had. Of we dan over zeven of vijftien jaar weer zo’n nieuw geluid of onverwacht project kunnen verwachten, is een verrassing – ook voor hemzelf. “Wat dat betreft volg ik volledig mijn gevoel – zoals eigenlijk met alles wat ik doe.”

Het album Real Blues kwam uit op 9 oktober. Op 10 november staat St. Germain in een uitverkocht TivoliVredenburg.