Aftermovies: hoe kunnen ze creatiever?

Anno 2015 is de cameraman even vanzelfsprekend als het barpersoneel op dancefestivals. Wanneer één van de aanwezige filmcamera’s wordt opgemerkt, beginnen meisjes te bewegen alsof ze er de Gouden Kabouter voor Technodansjes mee kunnen winnen. In werkelijkheid wordt alleen hun onder crop tops en zonnebrillen weggestopte onzekerheid een zacht dekentje omgelegd, wanneer zij zichzelf dansend terugzien in de zogenaamde aftermovie. En misschien zelfs dat niet eens, want jezelf vol overgave zien bewegen is ook niet altijd een feestje. Een beeld van de gedraaide muziek en de identiteit van het festival geeft het vijf minuten durende montagewerkje vaak evenmin, en om een indruk te krijgen van Dekmantel Festival kun je net zo goed de aftermovie van Amsterdam Open Air (AOA) bekijken. Waarom blijven festivals nog steeds en steeds dezelfde aftermovies maken, wat is het nut ervan en hoe kan de aftermovie creatiever en conceptueel beter worden?

DJBroadcast sprak met twee filmmakers en Kunna Haan, Marketing en Art Director van onder andere AOA en Valhalla. De makers hebben verschillende visies op het ‘fenomeen’ aftermovie – als je het al zo zou moeten beschouwen – en verschillende manieren van werken. Het concept is relatief nieuw: de eerste aftermovies van (dance)festivals werden rond 2008 gemaakt, tijdens de opkomst van sociale media. De hype begon met de volgens velen onovertrefbare aftermovies van Tomorrowland, die deels hebben geleid tot wat we vandaag de dag hebben: een overkill aan aftermovies.

Wel of niet veranderen?
De meeste nieuwe festivals trekken twee- à drieduizend bezoekers en hebben een klein budget. Daardoor kunnen hun films niet heel divers zijn, zegt Haan. Wat het nut van een aftermovie is, is afhankelijk van het publiek alsook van het doel van de film. ‘Zouden we die aftermovies wel moeten veranderen, als het publiek het wel goed vindt zo?’, vraagt zij zich af. Manoah Biesheuvel, filmmaker van o.a. Buiten Westen 2014 en Valhalla 2014, en Jerom Fischer, regisseur van o.a. DGTL Festival 2015, zijn van mening dat de artistieke kant en diepgang in de aftermovies meer aandacht verdienen en dat er tegenwoordig teveel oppervlakkige films zijn.

Bij vernieuwing komen kritiek, concessies en een grote dosis lef kijken. Lef van de maker, maar ook van de opdrachtgever, in dit geval de festivalorganisatie. Want een aftermovie met minder dansende vrouwen en zonnestralen en meer diepgang, verhaal en abstractie zorgt hoe dan ook voor ophef. Dat zagen we bij die van Buiten Westen 2014.

Het werd inderdaad een originele aftermovie met de elementen die het festival typeerden (vrijheid, reizen, natuur) in abstracte en psychedelische vorm. Opdrachtgeefster Haan vond daardoor de festivalidentiteit duidelijker, maar volgens veel bezoekers was de film geforceerd artistiek (‘Wat had dat zwembad met het festival te maken?’). Biesheuvel zag de kritiek positief en denkt dan ook dat de oplossing om aftermovies meer diepgang te geven in het opvoeden en sturen van het publiek zit; aftermovies met een andere insteek doordrukken. In hoeverre dat mogelijk is, is afhankelijk van de opdrachtgever.

Wie wil je bereiken?
Volgens Haan hangt de hoeveelheid artistieke vrijheid af van het doel waarmee de organisatie een aftermovie maakt. Haar festivals hebben gemiddeld twintigduizend bezoekers en daarom zijn doel en insteek heel anders dan die van een Tomorrowland met 180.000 bezoekers. Ze zou er wel meer geld aan willen uitgeven, maar daar is het budget niet voor: daarbinnen moeten keuzes worden gemaakt. . ‘Ik denk ook niet dat tienduizend euro extra verschil zou maken, uiteindelijk draait het om het juiste idee.’

Daarnaast wil zij zich, zoals met de aftermovie van Valhalla afgelopen jaar, soms juist niet richten op de massa, maar een specifieker publiek enthousiasmeren: ‘We kregen veel kritiek op de film, een groot deel van ons publiek had andere verwachtingen waaraan we niet voldeden volgens hen.’ Maar uit artistieke hoek kreeg ze veel complimenten en dat was de doelgroep die ze wilde bereiken. Met AOA moest daarentegen een bredere doelgroep worden aangesproken omdat er zoveel verschillende muziekstijlen op het festival samenkomen. Je kan dus verschillende doelen met je aftermovie nastreven, maar uiteindelijk is hét doel promotie.

Concept versus herbeleving
Afgelopen jaar kreeg Fischer van DGTL het festivalthema energy, waar hij een concept omheen bouwde bestaande uit abstracte en industriële beelden. De uiteindelijke aftermovie bevat meer van dat concept dan dansende mensen. En daarop kreeg hij, in tegenstelling tot Biesheuvel en Haan, weinig kritiek.

Dat verschil kan ‘m in de doelgroep zitten, wat zou betekenen dat er een ander soort publiek naar DGTL dan naar Buiten Westen gaat. De kans is groot dat dat klopt: DGTL is internationaal georiënteerd, terwijl Buiten Westen vooral Amsterdams publiek trekt.

Beide regisseurs zijn namelijk op dezelfde creatieve manier te werken gegaan, door van te voren een concept te creëren rondom de elementen van de festivalidentiteit. Daardoor kunnen beiden hun keuzes verdedigen. Fischer: ‘In het proces vóór het filmen valt veel te winnen wat betreft creativiteit: de conceptualisering en voorbereiding.’

“Ik denk dat je niet moet werken als videomaker, maar als ontwerper”

Fischer accepteert dan ook steeds minder opdrachtgevers die hem die vrijheid niet geven: hij wil zo min mogelijk laten afhangen van het festival en maakt van tevoren een uitgebreid visueel concept. Er kan daardoor op het festival zelf weinig gebeuren dat dat beeld beïnvloedt. Zo ging hij voor een aftermovie van Welcome To The Future aan de slag met de vier natuurelementen. ‘Ik denk dat je niet moet werken als videomaker, maar als ontwerper. Dus dat je onderzoek doet naar het onderwerp om diepgang voor jezelf te creëren. Met zo’n insteek benader je de aftermovie dus niet als aftermovie, maar als korte film.’

Noem het geen aftermovie
Die manier van benaderen kaarten ook Haan en Biesheuvel aan. ‘Door de term aftermovie weg te laten, stel je het verwachtingspatroon van de kijker bij,’ zegt Biesheuvel. Haan heeft dan ook haar meest recent gepubliceerde aftermovies een andere titel gegeven, bijvoorbeeld AOA 2015 | Friends On Adventure – The Film. Zo hoopt ze dat het als film met een verhaal wordt gezien en niet als standaard aftermovie.

Het meer conceptuele karakter is ook te zien in festivalteasers waarvoor je ander soort content kunt gebruiken. Een goed voorbeeld daarvan is de festivaltrailer van Into The Woods 2013: het bevat de festivalidentiteit (in dit geval: bos en spel) en voegt daaraan een nieuwe beleving toe. Het fascineert en is niet voorspelbaar. Of je er echter de doelgroep mee bereikt, is de vraag. ‘Wat het publiek wil, is per festival verschillend,’ zegt Biesheuvel. Bovendien zouden zulke trailers niet kunnen dienen als showreel voor sponsoren. Slechts een trailer is voor de meeste festivalorganisaties dus geen optie en kost extra geld. Ook hier weer: het is dat geld waard, wanneer je er een specifieke doelgroep mee wilt en kunt enthousiasmeren voor je evenement. Niet voor alle festivals en feesten is diepgang nodig, volgens de deskundigen.

Creatief of commercieel?
‘Publiek enthousiasmeren kan op een artistieke of commerciële manier,’ stelt Haan,’ en het is tof als daarin de juiste balans gevonden kan worden, op een vernieuwende manier.’

Omdat het voornaamste doel van de organisatie promotie is, is de filmmaker afhankelijk van diens ideeën, budget en lef. Echter is het nut van de filmmaker niet per definitie creativiteit: zij kiezen er ook voor een commercieel product te maken. Het is per filmmaker verschillend in hoeverre zij artistieke vrijheid nodig achten. Ook voor publiek is het nut van aftermovies per festival en persoon verschillend. De één wil artistieke toevoeging; de ander heeft genoeg aan herbeleving.

Daarom is het maar de vraag of alle aftermovies beter zouden moeten worden. En of dat kan. Creatiever en meer gelaagd maken van aftermovies zit ‘m uiteindelijk in de manier van benaderen, het opzoeken van grenzen en in gewenning. Fischer: ‘Je kunt het vergelijken met een technologische verandering: als er iets nieuws op de markt komt, roepen mensen eerst: dat hoef ik echt niet. Maar langzamerhand, als ze eraan gewend raken, wil iedereen het.’

0 comments on “Aftermovies: hoe kunnen ze creatiever?Add yours →

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *