‘Van thuiszitten word ik gek’

Ze hadden al lang met pensioen kunnen zijn, maar deze 65-plussers zijn nog volop aan het werk.

Henny Sauerwald (71) uit Bennekom, ijscoman

Hoeveel werkt u? ‘Het seizoen loopt van half maart tot eind oktober. Veertien dagen voor Pasen haal ik mijn ijsauto uit de garage om ‘m te wassen. Het weer bepaalt hoeveel dagen ik werk. Vroeger stond ik nog op evenementen, maar daarvoor word ik te oud. Evenementen leveren ook niet genoeg op.’

Hoe zien uw werkdagen eruit? ‘Doordeweeks begin ik rond half 12 met bijvullen. Tussen de middag sta ik op de universiteitscampus, daarna stop ik bij het industrieterrein, de haven van Wageningen en het arboretum. Om kwart voor 5 ben ik thuis, dan maak ik de wagen schoon tot 6 uur. Zondag is de belangrijkste en langste werkdag. Alleen mag ik in Bennekom ’s zondags geen ijs verkopen van de SGP. In Ede sinds kort wel.’

Bent u financieel afhankelijk van uw werk? ‘Nee, van dit werk kun je niet leven. Ik ben al 55 jaar ijscoman en deed dit altijd naast mijn baan bij Ahold. Soms pak ik in een uurtje 100 euro, andere keren een tientje. Verpakt ijs is niet rendabel meer. In de supermarkt betaal je twee kwartjes voor een Magnum, ik betaal al 1 euro inkoop. Mensen willen schepijs met slagroom. Mijn hardloper is yoghurtbosvruchten.’

Wat vindt u leuk aan uw werk? ‘Het contact met de klanten. Dat zijn vooral ouderen en ouders met kinderen, en in Wageningen studenten. Op straat is het leuk werken, maar je wordt gek van alle regeltjes. Van de voedselautoriteit moet ik een haarnetje, witte jas, mondkapje en huishoudhandschoenen dragen. Steeds na het afrekenen, moet ik nieuwe handschoentjes aandoen. Afvalverwerking, verzekeringen en belastingen kosten een hoop geld. Dan moet de ijsauto nog gestald en onderhouden worden. De kosten blijven hetzelfde, terwijl het verschil tussen een goede en een slechte zomer 10 duizend euro kan zijn. Alleen de benzinekosten zijn variabel.’

Wanneer stopt u met werken? ‘Misschien na dit seizoen, afhankelijk van mijn gezondheid. Ik heb artrose, ’s avonds barst ik van de schouderpijn. Fabrieksschepijs is -12 graden, keihard dus. Mijn leverancier wordt bijna 70, dus misschien houdt hij er ook mee op. Mensen verwachten topkwaliteit, maar ik mag niet meer dan 1,50 voor een ijsje vragen. Dat vind ik jammer.’

Korry Haak (70) uit Deventer, gastouder bij een gezin.

Hoe lang doet u dit werk al? ’25 jaar. Dit is het vijfde of zesde gezin waarbij ik oppas. Via een van mijn vorige oppasadressen kwam ik hier. Ik ben hier twee middagen in de week. En iedere vrijdag pas ik op de kinderen van mijn dochter in Den Haag. Ik heb zelf vijf kinderen en acht kleinkinderen.’

Hoe zien uw werkmiddagen eruit? ‘Ik ben er vooral voor de kinderen. Het zoontje wil altijd een spelletje doen en vanaf 4 uur mogen ze computeren, dan ga ik koken. De oudste, een meisje van 10, helpt me daar vaak mee. ’s Avonds eet ik met ze. In de vakantie gingen we naar het speelgoedmuseum en daarna naar een pannekoekenrestaurant.’

Wat deed u voordat u ging oppassen? ‘Tot mijn 22ste werkte ik op kantoor van een kledingfabriek. Toen ik trouwde, ben ik daarmee gestopt want ik wilde kinderen. Als jong meisje wilde ik kleuterjuf worden, maar ik kom uit een gezin met twaalf kinderen, er was geen geld om door te leren. Gelukkig heb ik toch een beroep met kinderen gevonden.’

Wat doet u naast uw oppaswerk? ‘Drie keer in de week ga ik snelwandelen en ik zit bij een zangvereniging, waar ik ook secretaresse ben. Ik heb een vriend, die een uur rijden hiervandaan woont. Op dinsdagavond ga ik naar hem toe en in het weekend komt hij hier.’

Bent u financieel afhankelijk van uw werk? ‘Nee, ik doe het puur omdat ik het leuk vind. Ik moet er niet aan denken ermee te stoppen. Kinderen zijn zo mooi in hun openheid en onschuld. Je krijgt steeds meer ervaring, weet wat je moet doen als ze niet lekker in hun vel zitten. En ik bouw elke keer een band op met de kinderen.’

Hoe is het om dan na jaren oppassen bij een gezin te stoppen? ‘Soms heel moeilijk. Het gezin waar ik hiervoor jarenlang oppaste, verhuisde naar Singapore. Dat was me te ver fietsen. Die kinderen heb ik erg gemist. Ik heb nog meegemaakt dat hun jongste werd geboren. Na een jaar kwamen ze terug, maar inmiddels had ik dit gezin al. Gelukkig houd ik met bijna al mijn oppaskinderen contact.’

Cor van Raaphorst (66) uit Almere, vervoert dure auto’s

Hoe zien uw werkdagen eruit? ‘Ik werk op oproepbasis. Soms duren mijn werkweken 20 uur, soms 10 of minder. Noble House, het bedrijf waarvoor ik werk, krijgt bijvoorbeeld de opdracht een auto uit Assen op te halen voor onderhoud. Dan ga ik daarheen en breng ik die naar de garage. De auto’s staan in een gesloten trailer, die ik vervoer. Ik moet ze ook wel-eens afleveren in Zwitserland, Luxemburg, Duitsland of Groot-Brittannië.’

Wat vindt u leuk aan dit werk? ‘Je rijdt met waardevolle voertuigen: er zitten auto’s bij van 20 duizend euro, maar ook van 1,2 miljoen, echte James Bond-wagens. Dat is een grote verantwoordelijkheid. Ik ben het visitekaartje van het bedrijf. Bij een garage voor het ontlakken van een auto kan ik wel aankomen in spijkerbroek en coltrui, maar moet ik naar een advocaat in Luxemburg, dan stelt mijn werkgever het op prijs als ik in pak met stropdas ga.’

Wat deed u voordat u met pensioen ging? ‘Ik ben altijd werkzaam geweest in het transport. Ik was vrachtwagenchauffeur en manager bij DHL.’

Bent u financieel afhankelijk van uw werk? ‘Ik kan rondkomen van mijn pensioen, maar ik vind het lekker dat ik wat extra heb. Per uur verdien ik 12 euro bruto. Mijn maandinkomsten liggen ver uiteen: ik heb maanden van 300 en maanden van 1.600 euro. Van dat geld kan ik vaker ergens heen met mijn kinderen en kleinkinderen. Daar ben ik blij mee, want ik ben geen huisman. Ik kan geen zeven dagen thuiszitten, dan word ik gek.’

Wat doet u nog meer naast uw werk? ‘Twee dagen in de week zorg ik voor mijn moeder en schoonmoeder. En ik heb een handeltje in het importeren van wijnen, al jarenlang een hobby van me. Ik sta ermee ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Als mijn vrouw volgend jaar met pensioen gaat, hoop ik dat zij ook nog een paar dagen blijft werken. Ik wil niet maandenlang op een strand in Spanje zitten. Van dit kikkerlandje geniet ik veel meer.’

Wanneer stopt u met werken? ‘Zolang ik het lichamelijk aankan, wil ik dit blijven doen. Ik denk wel dat ik rond mijn 75ste moet stoppen voor de veiligheid van anderen. Ik rijd soms combinaties met een trailer die groter is dan een normale aanhanger. Dat moet wel veilig blijven. Gelukkig weet ik dat mijn werkgever het eerlijk zegt als ik er te oud voor word.’

Augustien Arends (82) uit Assen, toiletjuffrouw bij de Hema

Hoe lang doet u dit werk al? ‘Dertig jaar lang zat ik bij de toiletten van de V&D in Assen. Recht daartegenover zit de Hema. De bedrijfsleider van de Hema kwam vragen of ik niet iemand wist die bij hén toiletdame wilde zijn. Dat was vlak voordat V&D failliet ging, dus daarna verhuisde ik naar de overkant van de straat. Hier zit ik nu bijna een jaar.’

Hoeveel werkt u? ‘Elke dag: maandag tot en met zaterdag. En soms op koopzondag. Dan vraagt mijn man of ik niet meega naar de kerk, maar ik ga liever werken.’

Wat vindt u zo leuk aan dit werk? ‘De medewerkers van de Hema zijn hartstikke lief, we maken veel lol met elkaar. Ik voel me hier net zo thuis als bij V&D. Kinderen hebben vaak geen geld bij zich, maar proberen toch naar de wc te gaan. Ik leg ze uit dat ze mij moeten vragen of ze naar de wc mogen. Als ze dat dan doen, mogen ze van mij gratis. Zo leer ik ze wat netjes is. De bevolking van Assen maakt me gelukkig. Het zijn zulke lieve mensen. Bijna iedereen kent mij en helpt met mijn projecten.’

Wat voor projecten? ‘Ik ben Molukse en zamel geld in voor mijn stichting Ina Ma Ata Hena, dat betekent ‘moeder die alles ziet’. Ieder jaar ga ik naar Ambon. Als ik daar ben, regel ik van alles voor de bewoners: schoolboeken, rolstoelen, voedsel. Dat is financieel weleens lastig, want ik moet ook leven van mijn werk bij de Hema. Maar ik heb een accountant die alles controleert.’

Bent u financieel afhankelijk van uw werk? ‘Deels. Ik leef van het geld dat ik inzamel met mijn stichting en van alle 50 centjes die ik bij de Hema op het schoteltje verdien. Ik werk er niet in loondienst, dus hoeveel ik verdien verschilt per dag.’

Wat deed u voordat u met pensioen ging? ‘Ik was maatschappelijk werker. En we stonden met een loempiakraam jarenlang op de TT in Assen. Dan ging ik vaak naar de wc bij V&D. De toenmalige toiletdame vroeg of ik haar werk zou willen doen. Sindsdien heb ik wel zeven bedrijfsleiders zien komen en gaan. Die van de Hema is mijn achtste.’

Wanneer stopt u met werken? ‘Zolang mijn gezondheid het toelaat, blijf ik dit doen.’

Arend Mintjes (77) uit Emmeloord, krantenbezorger

Hoe zien uw werkdagen eruit? ‘Om half 5 sta ik op, om kwart voor 5 ben ik op het depot. Als er bijlagen zijn, moet ik die insteken. Met anderhalf uur zit alles in de bus. Tegen half 7 ben ik thuis, dan zoek ik mijn bedje weer op.’

Wat vindt u zo leuk aan dit werk? ‘De huisarts raadde me aan in beweging te blijven, al was het maar een paar uur per dag. Ik breng acht kranten rond, zowel landelijke als plaatselijke, verdeeld over 140 adressen in een mooie wijk. Als ik iemand vergeten ben, belt diegene me op en spring ik weer op de fiets. Ik vind het fijn dat mensen mij kennen en mijn telefoonnummer hebben. Zo kan ik mijn eigen fouten oplossen.’

Bent u financieel afhankelijk van uw werk? ‘Nee. Per maand verdien ik 150 tot 200 euro. Dat is leuk meegenomen. Zo kunnen mijn vrouw en ik mee met de Ouderenbondreis naar Tirol. Ik zit al twintig jaar in de reis- en activiteitencommissie van de Ouderenbond. Wij zeggen altijd: blijf niet achter die geraniums zitten, er is genoeg te doen. De activiteiten lopen als een trein. Ik maak ook deel uit van het Centrumplan Emmeloord en ik ruim afval op, vrijwillig. Twee keer per week loop ik met een vuilniszak en een prikkertje rond.’

Wat deed u voordat u met pensioen ging? ‘Ik werkte op de weekmarkt in Emmeloord als werfbaas en marktmeester, 25 jaar lang. De hele polder kende meneer Mintjes. Daarvóór was ik twaalf jaar lang vrachtwagenchauffeur. Ik moest kunstmest en aardappelen afleveren in Limburg. Rond middernacht zat ik achter het stuur, eind van de middag was ik terug. Ik ben dus wel gewend aan lange dagen. Toen ik 12 jaar was, werkte ik al bij een boer en zat ik om 4 uur ’s ochtends de koeien te melken.’

Wanneer stopt u met werken? ‘Kranten rondbrengen is mijn lust en mijn leven. Ik hoef nooit een wekker te zetten. Ik hoop dit nog steeds te doen als ik 85 ben, ook al moet je dan soms door een halve meter sneeuw ploeteren, door regen, wind, storm of gladheid. Gisterochtend ben ik onderuit gegaan met de fiets. Nu heb ik een zere arm, maar morgenochtend stap ik er gewoon weer op.’

Hermes Brandt (68) uit Amsterdam, conciërge op het IJburg College in Amsterdam

Hoe zien uw werkdagen eruit? ‘Ik werk alleen op vrijdagen. Om 7 uur ’s ochtends ga ik de deur uit, het is drie kwartier fietsen naar school. Vóór 8 uur komen de leerlingen die de dag ervoor te laat waren zich melden. Overdag ontvang ik bezoekers en zorg ik dat de schoolregels worden gehandhaafd. In de pauze krijg ik hulp van een aantal docenten bij het surveilleren. Soms moet ik leerlingen zeggen dat ze hun petjes moeten afzetten of kauwgum moeten uitdoen. Gelukkig is dit een nette school. Om half 5 sluit ik de school af, dan zit mijn werkdag erop.’

Wat deed u voordat u met pensioen ging? ‘Oorspronkelijk was ik leraar Frans. Toen ik net lesgaf, in de jaren zeventig, werd de Mammoetwet ingevoerd. Leerlingen lieten Frans vallen en de leraren vlogen er met bosjes uit. Ik ben twintig jaar boeddhistische monnik geweest, waaronder in India, Zwitserland, Frankrijk en hier in Nederland. Het groepsleven in de kloosters werd ik zat. Gelukkig sprak ik veel talen: Duits, Frans, Engels, Tibetaans. Ik kon aan de slag bij de helpdesk van Microsoft, waar ik veel over computers leerde. Na een paar jaar kon ik terug het onderwijs in, om les te geven in PowerPoint en Excel. Daarvoor moest ik toen nog zelf een leermethode schrijven.’

Wat doet u naast uw werk? ‘Acht jaar geleden ben ik getrouwd met een Franse vrouw die 27 jaar jonger is dan ik. We hebben een zoon van 7 en een dochter van 4. Ik ben secretaris van de hockeyclub waarbij mijn zoon speelt. Dat is een hoop werk, want die club bestaat pas een paar maanden. Vroeger fotografeerde ik nog, maar de kinderen vreten tijd.’

Bent u financieel afhankelijk van uw werk als conciërge?‘Gemiddeld verdien ik 275 euro bruto per maand. Mijn vrouw en ik samen zouden wel zonder mijn baan kunnen, maar de kinderen kosten een hoop geld. De contributies van hun verenigingen kan ik niet van mijn pensioen betalen.’

Wanneer stopt u met werken? ‘Als ik niet meer kan fietsen. Of als we verhuizen naar Frankrijk. Ik heb veel werk gedaan dat minder leuk was dan dit. Dit is de leukste school waar ik in mijn hele carrière heb gewerkt.’

Beeld Adriaan van der PloegDeze reportage schreef ik voor Volkskrant Magazine