Waarom filosoferen belangrijk is voor de ontwikkeling van een kind

Op 30 mei gaat bij CultuurCollege de training Leren filosoferen met kinderen van startDaarin leer je als docent, ouder of kunstenaar hoe je kinderen kunt uitdagen om zélf op onderzoek uit te gaan, door met elkaar in gesprek te gaan en vragen te stellen waar geen eenduidig antwoord op bestaat. Docent Ingrid van Aert: ‘Om te filosoferen heb je de openheid en durf om bij jezelf naar binnen te kijken. Daarmee gaan we in deze training oefenen.’

WAAROM IS FILOSOFEREN ZO BELANGRIJK VOOR KINDEREN EN HUN ONTWIKKELING?
‘Naar binnen kijken vinden veel mensen moeilijk. Daarom zoeken we antwoorden op vragen over onze identiteit vaak buiten onszelf. Zo gaat het op scholen over prestaties en vaardigheden die toetsbaar moeten zijn. Er is weinig ruimte voor verbazing en reflecterende vragen, terwijl juist die onwetendheid en kwetsbaarheid nodig zijn om tot verdieping te komen in werkprocessen. In een bedrijf heb je namelijk niet alleen intelligentie en kennis nodig, maar ook wijsheid. Helaas wordt wijsheid bijna nooit gewaardeerd, want dat kun je niet toetsen; daar scoor je niet mee.’

“Filosoferen voorziet in een levensbehoefte, want naast eten, drinken en slapen heeft ieder mens aandacht nodig: gehoord en gezien worden.”

WAT VERSTA JE ONDER WIJSHEID?
‘Een wijs mens heeft niet meteen een mening, maar zet eerst een paar stappen naar achteren, neemt de tijd om te observeren en durft oprechte vragen te stellen zonder te weten waartoe die vragen leiden.’

WAAROM IS FILOSOFEREN JUIST NU ZO BELANGRIJK?
‘In mijn trainingen refereer ik vaak aan wetenschapsjournalist Mark Mieras, die gespecialiseerd is in hersenonderzoeken. In een lezing zei hij: we hoeven nu veel minder te onthouden dan vroeger, want we hebben alle kennis bijna constant tot onze beschikking via internet. Daardoor is ons brein aan het veranderen: er ontstaat ruimte om op andere manieren te denken en te leren. Het brein richt zich minder op het onthouden van feitjes en meer op creativiteit en nieuwsgierigheid.’

“Een wijs mens durft oprechte vragen te stellen zonder te weten waartoe die vragen leiden.”

HOE MOETEN SCHOLEN DAAROP INSPELEN?
‘Net als het bedrijfsleven, houdt het onderwijs vast aan methoden. Filosofie kun je moeilijk in zo’n methode stoppen, omdat het vrijheid en spontaniteit vereist én omdat het resultaat moeilijk te meten is. Door regelmatig te filosoferen, leer je naar elkaar te luisteren, de diversiteit binnen de groep te waarderen en daarvan te leren. De sociale cohesie binnen de groep verbetert. Daarom kunnen een hoop maatschappelijke problemen worden voorkomen of opgelost door te filosoferen. Bovendien voorziet filosoferen in een levensbehoefte, want naast eten, drinken en slapen heeft ieder mens aandacht nodig: gehoord en gezien worden. Dat veel jongeren stoppen met hun school of opleiding vind ik dan ook niet gek: ze worden niet uitgedaagd om op hun eigen manier over de stof na te denken. Ze volgen een voorgekauwde lesmethode, waarin geen ruimte is om buiten de lijntjes te denken. Het moet allemaal efficiënt, maar juist door zélf te durven nadenken en fouten te durven maken, ontwikkel je wijsheid.’

WELKE PRAKTIJKOEFENINGEN GEEF JE IN JE TRAININGEN?
‘Filosofie begint bij bewustwording van je eigen gedrag-, denk- en kijkpatronen. Een van de eerste oefeningen die ik geef, is daarom dat alle cursisten vanuit een eigen positie hetzelfde stilleven beschrijven. Dat stilleven ziet er natuurlijk van alle kanten anders uit. Daarna vraag ik: wie heeft er nu gelijk? De werkelijkheid, dat stilleven, wordt door iedereen anders gezien; wat jij ziet wordt bepaald door jouw positie. Dat geldt ook voor je sociale gedrag en je maatschappelijke opvattingen. Bij een andere oefening lopen we een route en maakt iedereen foto’s. Daarna zie je hoe selectief je kijkt. Dat is niet erg, maar als je je bewust wordt van jouw beperkte blik en de oorzaak daarvan, leer je jezelf én anderen beter kennen en begrijpen. En dat is belangrijk, want als je weinig zelfkennis hebt, ben je altijd beperkt aan het werk.’