Waarom we moeten luisteren naar stille krachten

Een tijdje geleden overleed Meester Koene. Dat vond ik jammer, niet alleen omdat hij één van mijn favoriete basisschoolleerkrachten was, maar ook omdat ik hem mijn gymnasiumrapporten had willen laten zien. Meester Koene adviseerde mij vmbo, zelfs nadat ik een hoge CITO-score behaalde. Klasgenoten met lagere scores werd wel vwo aangeraden: zij hadden hardere stemmen.

Had ik Meester Koene opgezocht voor zijn overlijden, dan was de kans groot geweest dat mijn naam hem niets had gezegd: ik was een rustige, onopvallende leerling en had nooit problemen. Althans, niet met leren. Wel met samenwerken, spreekbeurten, kinderpartijtjes en welbespraakte, uitbundige klasgenootjes. Omdat ik mij op de achtergrond hield, zagen mijn docenten en later ook vrienden en werkgevers mijn krachten niet. De extraverte maatschappij waarin ik opgroeide putte mij uit, waardoor ik als traag werd bestempeld. Ter bevestiging dat er iets mis met mij was, werd ik voorin de klas gezet en van kindercoach naar groepstherapie gesleept.

Het extraverte ideaal
Natuurlijk hielpen de trainingen en therapieën niet: introvert ben je voor het leven. Dat is slecht nieuws als je in een samenleving wordt geboren waarin extraversie als norm wordt beschouwd. ‘De introvert heeft de tijdgeest tegen,’ zegt Boele de Raad, hoogleraar persoonlijkheidspsychologie, in een interview met Intermediair. ‘Extraverten hebben het in onze communicatiemaatschappij voor het zeggen.’ Dat wordt bewezen door de rol van sociale media in onze levens, maar ook door de eisen die op de werkvloer worden gesteld: presenteren, vergaderen en — liefst snel — overleggen zijn cruciale vaardigheden, waarop basisschoolleerlingen al worden voorbereid.

Managementbegeleider Jeroen de Blij herkent dit ideaal in veel bedrijven waarvoor hij werkt. ‘Een goed verhaal dat engageert en luisteraars meeneemt krijgt voorrang op een plan dat doorvlochten is van analyse en tot in detail klopt. Als je het goed kunt vertellen, heb je al een paar punten voorsprong.’

Lawaai en gezelschap: stimulerend of belemmerend?
Tijdens horecawerk en een redactiestage bij muziekplatform DJBroadcast probeerde ik smalltalk bij het koffiezetapparaat te mijden. Ik vond de lunchtafel stressvoller dan dreigende deadlines en mailde liever dan dat ik belde. Artikelen die ik in de kantoortuin schreef, waar de hele dag gepraat werd en muziek aanstond, werden soms niet gepubliceerd, terwijl de stukken die ik thuis schreef ‘perfecte muziekjournalistiek’ werden genoemd. Pas na het werk, één op één, kon ik uren praten met collega’s.

Dat introverten niet van praten houden, is een misverstand. We hebben moeite met oppervlakkige gesprekken, met spreken in groepen en met assertievere gesprekspartners. Omdat het analyseren van de omgeving niet uitgezet kan worden, kan een introvert moeilijk(er) pratend denken en duurt het langer voordat hij of zij iets zegt of doet. Introverten zijn ook niet per definitie verlegen. Verlegenheid is de angst voor sociaal oordeel en kan worden ‘genezen’. Introversie, daarentegen, maakt deel uit van je persoonlijkheid.

Een belangrijk verschil tussen introversie en extraversie is de behoefte aan prikkels. Volgens Boele de Raad heeft een extravert van zichzelf weinig hersenprikkels. ‘Hij zoekt prikkels van buitenaf: gezelschap, lawaai.’ Introverten ondervinden van zichzelf al veel prikkels en nemen hun omgeving en gesprekken gedetailleerd en bewust in zich op. ‘In groepen worden introverten overgestimuleerd.’ Logisch dus, dat een introvert dichtslaat voor een zaal vol luisteraars — terwijl de terughoudende collega vaak beter voorbereid is — en moet opladen na een presentatie of gesprek.

De kans dat je, dit lezende, twijfelt aan welke kant van het spectrum je staat, is groot. En dat is logisch: je staat altijd ergens tussen de uitersten in. Dé extravert of dé introvert bestaat niet. Je herkent je waarschijnlijk in aspecten van beide kanten.

Waarom voelen we ons schuldig als we alleen zijn?
Om mij extravert voor te doen werkte ik in de horeca, bezocht ik tal van festivals en woonde ik in een studentenhuis. Ik keek, en kijk soms nog steeds, op tegen degenen die zonder vooraf uitgeschreven tekst een pakkend verhaal presenteren, die in vergaderingen hardop denken, die geen ernstige vermoeidheidsverschijnselen vertonen na een verjaardag, borrel of diner. Pas als ik weer alleen ben laad ik op en krijgen mijn ideeën, creativiteit en energie ruimte. Uit schaamte en angst een rare einzelgänger gevonden te worden, perkte ik die tijd vaak zoveel mogelijk in. Met als gevolg een afname van creativiteit en energie.

Een verklaring voor mijn schaamte en jaloezie geeft Susan Cain in haar bestseller Stil, de kracht van introvert zijn in een wereld die niet ophoudt met kletsen. ‘In de westerse wereld wordt actie boven beschouwing en twijfel verkozen. Er is geen tijd om na te denken en ideeën moeten al vergaderend ontstaan.’

Managementtrainer De Blij ziet hierin een parallel met psycholoog en managementauteur Edward de Bono, die onderscheid maakt tussen snelheid en traagheid. ‘Wij belonen snelheid, in sport, in competitie, maar ook op de werkvloer,’ zegt De Blij. ‘Traagheid wordt niet gewaardeerd.’ Het zou een verklaring voor het extraverte ideaal kunnen zijn.

In haar boek schrijft Cain dat introversie tegenwoordig wordt gezien als tweederangs persoonlijkheidskenmerk. Een zwakte, waaraan een derde van je omgeving lijdt. ‘Als die statistieken je verbazen,’ schrijft Cain, ‘komt dat waarschijnlijk doordat veel mensen doen alsof ze extravert zijn.’

Want we moeten wel: jezelf verkopen is belangrijker dan ooit in de huidige concurrentiemaatschappij, die, zoals de introverte Cain in haar TED Talk verwoordt, is ingericht op extraverten. Dat juist een introvert dat zo doeltreffend en overtuigend weet te vertellen, is bewijs van de discrepantie: introverten hebben evenveel te zeggen als hun extravertere vrienden of collega’s en zijn niet minder sociaal.

Cain heeft ongetwijfeld TED-trainingen gekregen, toch schemert haar introversie door in de Talk. Regelmatig stokt haar adem en lacht ze bescheiden na een grootse stelling, iedere uitspraak analyserend op inhoud, intonatie en publieksreactie; ondertussen nadenkend over wat ze daarna gaat zeggen. Woord na woord kent ze haar verhaal uit het hoofd. Met beide handen omklemt ze de hengsels van een tas, niet alleen als anekdote en gebruikelijke TED-prop, maar vooral als houvast. ‘Op scholen zitten kinderen niet meer twee aan twee in rijen maar in groepjes,’ vertelt ze vluchtig en vurig tegelijkertijd. ‘Leerlingen die liever alleen werken, worden gezien als buitenbeentjes en probleemkinderen.’

Modern basisonderwijs
Of dat laatste waar is, vroeg ik aan Ellie Homma, leerkracht op basisschool De Leerwinkel in Hillegom. ‘Toen ik hier kwam, heb ik de tafels in groepjes gezet. Bij oudere leerkrachten zie je vaak dat de kinderen nog in rijen zitten.’ Volgens Homma zijn groepjes echter geen nadeel voor introverten. ‘Ik vind het belangrijk dat zij leren omgaan met drukkere klasgenootjes.’

Homma probeert individueel en coöperatief werken zoveel mogelijk af te wisselen. ‘Er zijn scholen, zoals het Montessori, die op praten en samenwerken zijn gericht. Daarin vind ik veel goed, maar ik denk niet dat het alleen maar groepswerk moet zijn: je moet het ook zelfstandig kunnen.’ Op basisscholen waar Homma heeft gewerkt was er altijd ruimte voor individueel werk. De Leerwinkel werkt daarnaast, zoals steeds meer basisscholen in Nederland, met het GIP-model, dat staat voor Groeps- en Individugericht Pedagogisch en Didactisch handelen. Zelfstandig werken staat centraal; kinderen worden afzonderlijk of in kleine groepjes begeleid. ‘Daarmee probeer ik stillere leerlingen te laten praten en te zorgen dat zij elkaar beter leren kennen.’

Ook door iPads kunnen leerlingen volledig hun eigen tempo volgen, zodat niemand onder zijn of haar niveau leert. Op De Leerwinkel worden iPads (nog) niet gebruikt; wel wordt er gewerkt met meervoudige intelligentie, een Amerikaanse theorie met als doel het onderwijs meer adaptief en gedifferentieerd te maken. ‘Zo kunnen kinderen op hun eigen manier leren. CITO toetsen komen dan later wel: hoe ze het in de klas doen is belangrijker.’

Of de kwaliteiten van introverte leerlingen dan wel opvallen? Volgens Homma wel. ‘Het zijn inderdaad de kinderen die je snel vergeet,’ zegt ze, ‘daar moet je je als leerkracht bewust van zijn.’ Ze geeft daarom ’s ochtends alle leerlingen een hand en kinderen hoeven geen vinger op te steken: ze doet complimentenrondes en geeft ieder kind regelmatig een beurt om een vraag te beantwoorden. ‘Zo voorkom je dat steeds dezelfde aan het woord zijn.’ Homma is geen voorstander van kringgesprekken. ‘We doen babbelbeurten, minispreukbeurtjes in groepen. Zo wordt praten gemakkelijker en minder geforceerd.’

Volgens Homma hebben extraverte leerlingen in het basisonderwijs daarom geen voor- of nadelen ten opzicht van introvertere klasgenootjes. ‘Maar dat hangt af van de leraar. Stillere kinderen verdienen evenveel aandacht: zij hebben andere krachten.’ Op de PABO wordt dan ook, meer dan vroeger, opgeleid om alle persoonlijkheidseigenschappen te herkennen. ‘Ze hebben allemaal wel wat: een extravert kind kan weer op een ander vlak extra aandacht nodig hebben.’

De introverte collega
Hans Onderwater, Rijksambtenaar bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en, inderdaad, mijn vader bewijst voor mij dat introversie, net als lichamelijke eigenschappen, erfelijk is. Hij klust liever het hele weekend in zijn autogarage dan dat hij op een verjaardag zit, ‘net als Dick Swaab, die in Wij zijn ons brein schrijft dat hij naar zolder gaat om te lezen of schrijven, wanneer er veel mensen in huis zijn.’

Toch heeft mijn vader op de werkvloer weinig last van zijn stille persoonlijkheid. Dat komt, zegt hij, doordat bedrijven, evenals scholen, tegenwoordig meer investeren in het creëren van goede werkomstandigheden: managers krijgen cursussen en trainingen om verschillende persoonlijkheden te herkennen en te zorgen dat alle werknemers goed kunnen functioneren. ‘Meer dan vroeger wordt nu erkend dat je beide persoonlijkheden nodig hebt.’ Hij vergelijkt het met voetbal. ‘De verdedigers scoren niet, staan op de achtergrond, maar zijn net zo hard nodig als de aanvallers.’

Managementcoach Jeroen de Blij geeft dat soort cursussen en trainingen. ‘Steeds meer bedrijven en organisaties begrijpen dat de kracht van het team bestaat uit een goed gemobiliseerde mix van verschillende krachten,’ zegt hij. In de jaren dat De Blij bedrijfstrainingen geeft, maar ook toen hijzelf nog manager was, viel het hem op dat leidinggevenden hun werknemers vaak willen bewegen naar meer extraversie. ‘Klantgerichtheid wordt zelfs verlangd van ICT’ers, die vaak rationeel zijn en varen op analyse.’ Al ziet hij ook, maar veel minder vaak, omgevingen waarbij het tegenovergestelde aan de hand is. ‘Bij sommige gemeentelijke of wetenschappelijke instanties moet de slag juist andersom worden gemaakt: minder analyse, meer communicatie.’

Leidinggeven aan een introvert
Om bedrijfssamenstellingen te onderzoeken worden psychologische en wetenschappelijk methodieken gebruikt als Insights Discovery (een systeem dat een kleurentaal gebruikt om zelfinzicht, effectieve communicatie en organisatieontwikkeling te bevorderen) en Enneagram (een spiritueler model, niet specifiek gericht op werk). ‘Zulke modellen zijn heel nuttig: ze verklaren en typeren gedrag feilloos. Maar de effectiviteit ervan bepaalt degene die ze gaat hanteren: of diegene de resultaten goed interpreteert en inzet.’

Wat De Blij tevens opvalt, is de toegenomen mondigheid op de werkvloer. ‘Er wordt meer rekening gehouden met elkaars voorkeuren dan tientallen jaren geleden. Daarbij is het belangrijk je te beseffen dat gedrag contextafhankelijk is.’ Bij trainingen creëert De Blij verschillende contexten, die zowel werkgevers als werknemers inzicht geven in zichzelf. ‘De zoektocht naar eigenheid is vruchtbaar voor leidinggevenden: wat is eigen gedrag en wat veinst iemand? Dat eerste geeft meer houvast voor een gelukkige, gezonde en productieve medewerker.’ Zijn belangrijkste advies aan managers luidt daarom: kijk in de context, vraag door en oordeel niet te snel.

Volgens De Blij begint de verbetering bij het weghalen van dat oordeel. ‘Het dogma dat introversie ondergeschikt zou zijn aan extraversie moet worden verbroken.’ Dat kan door een breder teaminzicht: van de bedrijfsinvesteringen gaat er maar een fractie naar mensenontwikkeling. Cruciaal is ook het zelfinzicht van een leidinggevende. ‘Je kunt pas sturing, feedback en ondersteuning geven als je je bewust bent van jouw eigen voorkeursstijl, doelen en houding.’ De impact en voorbeeldrol van een leidinggevende worden vaak onderschat, zegt De Blij, en daarmee zou in veel gevallen zorgvuldiger kunnen worden omgegaan.

Introvertere werknemers vervolgens in een apart hokje of thuis aan het werk zetten lijkt De Blij, net als leerkracht Homma, geen goede oplossing. ‘Door opknippen en scheiden worden de introverten steeds introverter en de extraverten steeds extraverter. Veel mooier zou zijn als je van elkaar kunt leren en tegenwicht geeft.’ Dat begint bij het zoeken naar individuele kwaliteiten en die te waarderen, wat ook geldt voor andere karaktereigenschappen. ‘Van een introvert kun je niet verwachten dat die de resultaten presenteert, omdat je toevallig vindt dat iedereen dat moet kunnen. Waarom zou iedereen hetzelfde moeten kunnen?’

Wil je een prettige werksfeer creëren, zegt De Blij, dan kun je het beste iedereen zo oorspronkelijk mogelijk laten werken. ‘Zorg dat een introvert niet gaat veinzen extravert te zijn. Spreek bijvoorbeeld af dat diegene eens in de twee weken vertelt waar hij of zij mee bezig is.’ Want dat is volgens De Blij het belangrijkste wat een leidinggevende moet doen: praten met werknemers en zorgen dat je weet waar iedereen mee bezig is, zodat niemand wordt vergeten of ondergewaardeerd.

Zie stilte niet als zwakte
Daarmee wil ik niet zeggen dat je als introvert de lunchtafel en het koffiezetapparaat maar moet mijden en niet hoeft te kunnen samenwerken. Ik denk alleen dat het gezamenlijke resultaat sterker kan worden als ook introverte eigenschappen worden erkend en gewaardeerd, zowel door de maatschappij als door de introvert zelf. Omdat de wereld alle persoonlijkheden nodig heeft, zou het zonde zijn als niet alle krachten en talenten gezien, gehoord en benut zouden worden.

Omdat introverten niet uit zichzelf komen vertellen waarmee zij bezig zijn, moeten we dus niet automatisch verwachten dat zij minder betrokken zijn bij het werk dan hun meer uitbundige collega’s, die het constant ‘druk druk druk’ hebben en dat laten horen. Door het oordeel van de stilte af te halen, kunnen er gelijke mogelijkheden tot succes en tevredenheid ontstaan. En voorkomen we dat de wereld ideeën, inzichten en gedetailleerde observaties misloopt á la die van introverten David Bowie, Angela Merkel, Steven Spielberg, Marc Zuckerberg, Michael Jackson en J.K. Rowling — om er maar een paar te noemen.

Dit artikel werd gepubliceerd op Collegestof van CultuurCollege

Beeld: Femke Agema