Wildeburg: exotisch land in Noordoostpolder

Voor DJBroadcast bezocht, recenseerde en fotografeerde ik de zondag van de eerste edities van Wildeburg.

Zondag (tekst: Lisanne Onderwater)
‘‘We durven wel te zeggen dat dit een van de vetste locaties van Nederland is,’’ beloofde Wildeburgs Paul Niezen ons toen wij op kraambezoek gingen in hun Amersfoortse kantoor. Misschien komt het omdat het zondag is, de laatste dag van Wildeburg, dat het dorp aanvoelt alsof het al veel langer dan twee dagen en drie nachten bestaat. Dat dit stuk ongerepte natuur voorheen vooral aan de vogels en libellen toebehoorde is haast onvoorstelbaar: het opvallend vrijgevochten, opgetogen en goed gehumeurde publiek vormt een bevolking die hier, tussen de waterplas, het rieteiland, het strand, de bamboebassen en kruipdoor-sluipdoorweggetjes lijkt te zijn opgegroeid. Zou het dorp een grondwet hebben, dan zou vrijheid daarin bovenaan staan. Vlak eronder: creativiteit.

Op de hoogste duin van het terrein prijkt, als een dorpskerk, een ondefinieerbaar maar aandoenlijk beest. Het lijkt nog het meest op een gigantische eekhoorn, bestaand uit houten schubben en lichtgevende ogen. Op zijn rechtervoorpoot groeit een minidennenboom; om de zoveel tijd waait stoom uit zijn oren over het strand, dat te bereiken is via smalle duinpaden.

Nous’klaers Mattheis wekt de zandoever vanmiddag rond enen met een melodieuze set. Er zijn vervelendere manieren om tot de orde van de dag over te gaan – hoe kort de nacht ook was: de Rotterdammer hypnotiseert, en duwt je tegelijkertijd richting de middag, met zijn stuwende en unieke elektronicasound. Zijn muziek kun je een eilandje op zich noemen, dat net als het riet te midden van de waterplas van een afstandje te bewonderen is en slechts met een vlot bereikbaar.

Aanvankelijk wordt er vooral liggend en zittend geluisterd naar de klanken vuit het houten strandhuis: op luchtbedden, al dan niet op het water dobberend, op badlakens, in een oude trekschuit, op in het water geschoven banken of op de oranje kunstinstallatie die een deel van het strand in beslag neemt. Koelboxen worden tussen houten palen in het zand gepland, de eerste biertjes geopend. De geur van zonnebrand verdringt de frisse, natuurlijke poldergeuren en geleidelijk verzamelen steeds meer mensen zich voor het houten dj-huis. De dansverleiding is niet te weerstaan.

Zwoele dynamiek
Aan de andere kant van de duinheuvel klinkt dansbare electro-pop, inclusief modieus synthesizergeluid. Onder een luifel staat de band Say Yes Dog, bestaand uit twee Duitsers en een Luxemburger. Het trio heeft goed geluisterd naar The Whitest Boy Alive; alleen de nasale zang is niet zo honingzoet als die van Erlend Øye en veel nummers zijn net wat jovialer dan het zwoele, dromerige geluid van de Berlijnse band. Halverwege zakt dat openhartige even in, maar bij de laatste nummers weet de band de volle dansvloer weer in fanatieke beweging te zetten.

Een nog groter enthousiasme ontvangt de Antilliaan Yaniss Odua op datzelfde livepodium. Met zijn Franstalige reggae en zijn band weet hij een geweldige energie uit zijn groeiende publiek los te trekken, dat nergens anders vandaag zo vurig en uitbundig danste. Met handkussen en high fives wordt hij uitgezwaaid.

Etenstijd. Helaas is het keuzeaanbod daarin kleiner dan op muzikaal, creatief en sportief gebied – wat niet wegneemt dat de mixed grill, barbecueburgers en pizza goed in smaak vallen en dat de wachtrijen kort zijn. De koffiebar is af en toe gesloten, omdat ze “ff zwemmen” zijn, op een bordje staat hoe laat ze weer terug zijn.

Behalve gezwommen kan er ook geyoga’d, gevolleybald, getafeltennist en (al bier drinkend) gecrosstraind worden aan de rand van de camping, pal naast het festivalterrein. Of je dan wel kunt slapen? Ja hoor: het bandjespodium staat het dichtstbij de tentjes en campers, die ongeveer drie- á vierduizend man herbergen, en sluit steeds om middernacht. De duinen houden de muziek van de drie dancepodia tegen.

Zelf dingen maken
Een groot deel van de bezoekers staat op het met evenveel aandacht ingerichte huttenveld. Door een bamboetunnel en vrachtautoband klimmen levert je een plek vooraan het podium op. Achteraan de dansvloer staat een grote verhoging, vanwaar je over het veld uitkijkt, omringd door natuurlijke bamboebossen (ja, echt).

Op een ander deel van het Huttenveld kun je ‘zelf dingen maken’, zoals dat op een bord staat geplakt. Van karton worden hele robot- en fantasiedierenpakken geknutseld. Er worden papieren pijltjes gedraaid en door een pvc-buis geblazen, zo fanatiek als dat op de basisschool ging en in een van de vele tipitenten dragen onbekende schrijvers ‘verhalen voor de dorst’ voor. Of voor het slapengaan. Want dat de dorpsinwoners er al twee dagen op hebben zitten is te zien: her en der liggen mensen te slapen. Op bankjes, aan het water en ja, zelfs op het dak van het dj-huis, dat uitkijkt over het water.

”Van strand tot duinpan, géén grote stages, maar vooral een intieme sfeer en een hoop interactief ontdekkingswerk”

Daaromheen wordt geklommen en geklauterd, in palen en op loopbruggen van touw. Er wordt gevaren in opblaasboten, gedreven op tweepersoonsluchtbedden, gesupt met een roeispaan. Een beveiliger spuit meisjes in bikini’s nat met een waterpistool, terwijl de twee (inmiddels Amsterdamse) mannen van Weval hun laatste platen draaien. Wederom veel synthesizers, maar aangevuld met tekst- en melodieflarden van onder meer Doe Maar. Jammer dat de bas net te hard staat en de organische en catchy melodieën overstemt.

Al is dat een goede opbouw naar de wat hardere set van Barnt, die helaas uitkijkt op een iets minder groot publiek. Misschien begint Wildeburg rond achten uitgeput te raken voor snellere danspassen: het strand dunt langzaam uit. In de talloze, inmiddels groen- en paarsverlichte paden en bosjes verschuilen stelletjes en groepjes zich, uitkijkend over de camping of het festivalterrein, wellicht terugkijkend op hun weekend.

Achterin sluit Cinnaman het Huttenveld af voor een nog wel gevulde en energieke dansvloer. Met het vallen van de schemering en het aantrekken van vesten en jassen is echter merkbaar dat het buitenleven weer bijna ingewisseld moet worden voor het stadse. Gezien de tenten die er nog staan, lijkt het alsof het merendeel vannacht ook nog blijft slapen en maandagochtend pas de reis huiswaarts maakt; zo lang mogelijk in Wildeburg wil vertoeven, genieten en bewonderen.

Van strand tot duinpan, géén grote stages, maar vooral een intieme sfeer en een hoop interactief ontdekkingswerk. Een festival om verdwaald te raken – en verliefd op te worden. De makers van Into The Woodshebben zich overtroffen met deze eerste editie van Wildeburg Festival, en de lat ligt hoog voor volgende edities.